Docenten



“Ik zie het in de les en je kunt je als docent afvragen: is dit mijn taak? Er zijn docenten die dit niet hun taak vinden. Ik vind van wel.”


Indira Willems, ID Dance Nijmegen

Faalangst is een vorm van angst die optreedt in specifieke situaties waarbij mensen taken krijgen opgedragen.


    Er is onderscheid te maken tussen verschillende soorten faalangst, het gedrag dat een leerling vertoont en het effect van de faalangst op de prestatie.

    Bij positieve faalangst heeft, zoals de naam al doet vermoeden, de angst positieve invloed op de leerling. Dit wil zeggen: de leerling behaalt middels de angst het gewenste resultaat voor de taak. We omschrijven dit ook wel als ‘gezonde spanning’, je gaat net dat beetje extra je best doen zodat je een voldoende voor de toets haalt.  Maar er kunnen ook goede resultaten geboekt worden terwijl de leerling zich over-inspant. In dit geval voelt de leerling de druk om te presteren constant en verricht de leerling te veel inspanning. We spreken dan van negatieve faalangst, omdat de angst een negatief effect op de leerling uitvoert.    

 

    Negatieve faalangst kan beter worden uitgedrukt als actieve faalangst. Actieve faalangst uit zich in overijverig gedrag om zo het ‘falen’ te voorkomen. De tegenhanger van actieve faalangst is de passieve faalangst, waarbij de faalangst het leren als het ware tegenhoudt. Leerlingen met passieve faalangst hebben het gevoel dat hun inspanning zinloos is, omdat ze het toch niet halen. Om teleurstelling te voorkomen, doen ze überhaupt de moeite niet om zich in te spannen. Dit kan worden gezien als lui, maar eigenlijk is het een afweerreactie.

 


Tja, wat gebeurt er dan… Heel veel gedachtes, heel veel doemscenario’s eigenlijk. Wat kan er allemaal gebeuren, en vandaar denk ik ook dat je in het fysiek de afwezigheid ziet. Omdat ik echt in m’n gedachtes zit en niet in het moment.

- Merel Kuin, oud-student Bachelor Docent Dans


   

Het is goed om als docent te weten dat faalangst zich dus in verschillende gedragingen kan uiten, die recht tegenover elkaar lijken te staan. De stille leerling achterin kan faalangstig zijn, maar die overijverige leerling net zo goed! Faalangst uit zich bij iedereen anders, maar er zijn wel een aantal kenmerken die meermaals benoemd zijn: ofwel het blokkeren (lichamelijk bevriezen, stressreacties, afwezig overkomen) ofwel het overschreeuwen (niet geconcentreerd zijn, afleiding zoeken of het negeren van de lichaamssignalen). Wat misschien voor de leerling wel vervelender is dan deze lijfelijke reacties, is wat er in het hoofd van een leerling omgaat. Vooral omdat je dit niet altijd aan de buitenkant kunt zien.

   

Leerlingen hebben behoefte aan

01

Veiligheid

Een van de basisbehoeften van een krachtige leeromgeving. Leerlingen willen zich op hun gemak voelen zodra ze de danszaal binnenstappen. Zorg voor een open en veilige sfeer in jouw groepen, waar iedereen het gevoel heeft dat ze erbij horen.

02

Transparantie

Geef duidelijk aan wat je van je leerling verwacht, maar maak hen vooral duidelijk dat zij in een leerproces zitten. Geef ze inzicht in dit leerproces en maak ze bewust van de tussenstappen die genomen worden om een doel te behalen. Je maakt leerlingen hiermee onderdeel van hun eigen leerproces.

03

Autonomie

Enige vorm van zelfsturing, de ruimte om zelf te kunnen onderzoeken, is zeer wenselijk voor leerlingen. Probeer als docent dus niet alles te willen sturen, maar werk samen met je leerlingen. Laat ze bestaande combinaties eigen maken of bouw stukjes eigen invulling in zodat leerlingen eigen keuzes kunnen maken.

04

Empathie

Leerlingen willen persoonlijk gezien worden, erkenning krijgen voor hun inzet en het gevoel hebben dat ze bij een docent terecht kunnen. Zij hebben behoefte aan een docent die zich kan verplaatsen in zijn/haar leerlingen. Iemand die vertrouwen uitstraalt, weet wat er speelt en hierover mee kan praten.

Geen jij en ik en we verstaan elkaar niet, maar luisteren naar elkaar - Nina, 14 jaar

Cato, 16 jaar

Klinkt misschien een beetje raar, maar ik heb dan iets nodig als ‘kom op’, weet je wel, ‘gewoon door proberen’. Als je dan zegt ‘dat is dan eenmaal zo’, dan lukt het ook niet. Ik heb hulp nodig met doorpakken en motiveren. Ik ben best wel snel afgeleid. Het is aan de ene kant wel chiller als een docent een 'strengere' kant heeft of zo, dat houdt me wel bij de les.

Merel, 23 jaar

Ik ben van mening dat niet ieder individu of iedere leerling op dezelfde manier benaderd moet worden: voor velen helpt pushen, niet per se complimenten ontvangen maar juist kritiek, om voort te bouwen. Terwijl bij mij, ik heb een hele sterke innerlijke motivatie waaruit ik veel van mezelf verlang, dus ik moet juist rustig gemaakt worden en bewust gemaakt worden van ‘hé, je zit op de goede weg, je doet het goed'.

Shakira, 17 jaar

Als het in een les is dat het ook echt niet lukt en ik heb gewoon m'n dag niet,  en dat is aan alles te zien, op een gegeven moment dan moet een docent wel tegen mij zeggen van 'als het vandaag niet lukt, dan kun je het morgen weer opnieuw oefenen.' Je kan niet alles in één keer kunnen.  En als het voor een voorstelling of zo is dan is iets motiverends van 'je kan het wel, ik heb het al eerder gezien' heel fijn. Of laat me anders gewoon even uitrazen.

Hoe kan jij helpen?

Hieronder enkele suggesties die je les meer faalangst-proof kunnen maken.

Ik heb me in mijn onderzoek gericht op ambitieuze amateurdansers tussen de 14 en 18 jaar, maar de tools zijn toepasbaar op vrijwel alle danslessen en in alle stijlen.

  • Randvoorwaarden

    Zorg voor een veilige sfeer in de les. Besteed aandacht aan het creëren van stabiele groepsdynamica: zodra leerlingen zich veilig voelen, kunnen zij instappen in een leerproces. Denk bijvoorbeeld aan kleine bindingsopdrachten, laat leerlingen met elkaar samenwerken, geef ruimte voor een grapje. 


    Geef leerlingen keuzevrijheden, bijvoorbeeld  in wat voor kleding  ze dragen in de les en gun ze een momentje om even contact met jou en elkaar te maken. 


    Leerlingen vinden het  het prettig om hun eigen plekje in de studio te vinden. Laat ze zelf beslissen waar ze de les willen starten, dan wordt rijen wisselen daarna gemakkelijker.


    Experimenteer eens met de indeling van je studio: spiegels open, spiegels dicht? Lichten aan, lichten uit? Werk je frontaal, of in een cirkel?


    Spreek je doelstellingen uit aan het begin van de lessenreeks: waar gaan ze aan werken?  Zo betrek je ze in hun eigen leerproces.


    Bied de ruimte om voor leerlingen gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken. Bijvoorbeeld het hebben van een 'danserslichaam'. Er bestaat niet zoiets als een perfect lichaam, maar een leerling kan hier wel mee in zijn/haar hoofd zitten.

  • Benaderingswijzen

    Een goede manier om leerlingen uit het hoofd en in het lijf te krijgen, is om tijdens je les improvisatie-opdrachten in te bouwen waarin leerlingen hun eigen ik kunnen uiten. In creatief-expressieve lessen zijn leerlingen over het algemeen minder bezig met het uiterlijk vertoon van hun bewegingen en zijn ze meer aan het voelen. Puur technische uitvoering kan perfectionisme, en daarmee faalangst, versterken. 


    "Voor mij is dat omdat techniek vaststaat: je voet gaat de verkeerde kant op, daar kan je niet tegenin gaan, dat is dan zo. Voor mijn gevoel kan ik daar meer in falen. Ik kan niet falen in improviseren want dat ben ik, en dat is wat ik doe. " - Merel Kuin


    Leg daarnaast in je lessen niet alleen de nadruk op dansvaardigheden, maar werk ook aan bewustzijn van lijf: welke signalen geeft je lichaam je? Kijk voor voorbeeldoefeningen onder het kopje 'werkvormen'.

  • Werkvormen

    Enkele voorbeeldoefeningen die je zou kunnen gebruiken in je lessen:


    Check-up: op verschillende momenten bouw je een fysieke check-up in je les in,waarbij leerlingen zich volledig kunnen concentreren op hun eigen lichaam: wat voel ik, wat gebeurt er in mijn lichaam en wat heb ik nodig. Ze registreren waar spanning zit in hun lijf, brengen hun aandacht naar deze plek en kunnen dit door middel van de ademhaling verzachten. Vraag ook of ze verschillen tussen de verschillende check-ups ervaren. 


    Eventueel kun je een improvisatie-oefening koppelen aan bovenstaande check-up. Waar je aan kunt denken is bijvoorbeeld het gebruiken van de spanning die je voelt als aanzet voor je bewegingen.


    Door leerlingen bewust te maken van de innerlijke criticus, leren ze dat negatieve gedachten omgezet kunnen worden naar positieve. Dit kun je doen in bijvoorbeeld je side-coaching of bij het uitleggen van een stukje choreografie. Richt je niet alleen op hoe de beweging eruit moet zien maar ook hoe de beweging zou moeten voelen. En in je coaching kun je ook met niet-woorden coachen: imiteer bijvoorbeeld de dynamiek van de muziek, en zweep je leerlingen hiermee op.


    Je kunt de fysieke reactie van een faalangstsituatie ook gebruiken om bewegingsopdrachten mee te bedenken. Als iemand zich klein maakt in beweging, kun je dit in een oefening verwerken om de leerling groter te laten bewegen bijvoorbeeld. Zorg voor een goede opbouw hierin, kleine stapjes richting je einddoel.

  • Gespreksvormen

    In je side-coaching en tijdens het uitleggen van bijvoorbeeld een combinatie kun je leerlingen motiveren, helpen anticiperen en complimenteren. Gebruik je stem (en niet alleen woorden!), gebruik je eigen fysiek en nodig leerlingen uit om fouten te maken. Probeer uit, kijk waar jouw groep goed op reageert.


    Vertel je leerlingen niet alleen hoe een beweging eruit zou moeten zien, maar richt je eens op hoe een beweging zou moeten voelen. Zo haal je de aandacht weg van de spiegel, weg van het uiterlijk vertoon en laat je de leerlingen naar binnen gaan: voelen!


    Geef feedback op de kwaliteiten van leerlingen of hun leerhouding, en niet alleen op de uitvoer van de danspassen, hun vaardigheden. (positieve bekrachtiging). Didactisch coachen ( zie kolom hieronder, Anne Bos)


    Wees je bewust van de kracht  van complimenten!

    " Ik moet gewoon af en toe horen ‘joh, je zit op de goede weg’, om door te gaan, juist door die faalangst. Alleen ik kan dat niet, ik denk als je dat niet per se weet, straal ik dat niet uit. Dat is mijn valkuil." – Merel Kuin


    En... Stimuleer het delen van ervaringen! Leerlingen met faalangstgedachten kunnen zich alleen voelen maar juist door hier met elkaar over te praten ontstaat herkenning en het besef dat iedereen dit kan voelen. Een goed moment om een dergelijk gesprek te gaan voeren is om te starten is bijvoorbeeld in de periode voor een voorstelling, auditie of een ander prestatiemoment. Een ander goed moment is bijvoorbeeld de start van een nieuw dansjaar. Begin als docent bijvoorbeeld met het stellen van een vraag, of deel je eigen ervaringen met je groep.

Anne Bos, coördinator Vooropleiding Dans ArtEZ


Ik heb heel erg geleerd te werken met didactisch coachen. Dat wil zeggen dat je vooral feedback geeft aan de kinderen op hun kwaliteiten. Dat betekent dus positief. Dat je echt gaat onderzoeken: wat is jouw kwaliteit en hoe kun je dat verder versterken. Dat is volgens mij, of ís, weet ik zeker, heel belangrijk. Dat je die kinderen dus feedback geeft op de juiste manier, waarin je vooral vanuit het positieve redeneert. 

Minne van Loon, dansdocent en bewegingsanalist


Wat ik denk dat van essentieel belang is, is dat leerlingen hun eigen lichaam leren kennen. Leren aanvoelen. Ik denk dat het lichaam een soort informatiebron is over hoe je je voelt op een moment of gedurende een dag. Dus dat je lichaam eigenlijk heel goed aangeeft van ‘de spanning is aan het stijgen’ of ‘ik voel me juist heel relaxed’ . Dus dat het lichaam daar eigenlijk de graadmeter voor is. En als je die verschillen leert ervaren, leert aanvoelen en dat kunt reguleren dan heb je daar als danser heel veel aan, maar ook in een moment van stress.

Aanbevolen literatuur


Maria Hopman

(boek uit 1999)



Hoe je door effectief te leren succesvol kunt presteren

Arjan van Dam

(boek uit 2013) 

De waardering van het individu

Margreet Poulie

(publicatie uit 1991)

Van controledwang naar acceptatie

Berber van den Berg

(publicatie uit 2017, uit Sportgericht)

Het delen van verhalen is fijn. Het zorgt voor meer inzicht bij jezelf. Ik heb ook wel dat ik nu bewuster van ben van wat ik denk. – Alycia, 16 jaar 

Heb je een tip? Wil je iets vertellen?

Deel jouw verhaal

#faalangstproof

Share by: